ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1617
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.W. van de Sande
- M.C.G.J. van Well
- N. Djebali
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van navorderingsaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening
Eiser werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes voor de jaren 1995, 1996 en 2002 wegens het niet aangeven van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers in Luxemburg. De gegevens waren verkregen via Belgische autoriteiten en het project Bank Zonder Naam van de Belastingdienst. Eiser ontkende het bezit van deze rekening en weigerde informatie te verstrekken.
De rechtbank oordeelde dat de verlengde navorderingstermijn rechtmatig was toegepast gezien de complexiteit en voortvarendheid van het projectmatige onderzoek. De identificatie van eiser als rekeninghouder werd als correct beoordeeld. De rechtbank verwierp het beroep op het verbod van zelfincriminatie omdat het verzoek om informatie niet in het kader van een strafrechtelijke procedure was gedaan.
De bewijslast werd omgekeerd vanwege het niet voldoen aan de inlichtingenplicht, en de rechtbank achtte de schatting van de belastbare bedragen redelijk. De boetes werden als terecht en passend beoordeeld, behalve voor 2002 waar de redelijke termijn werd overschreden, wat leidde tot een matiging van de boete. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en boetes zijn bevestigd, met matiging van de boete over 2002 wegens overschrijding van de redelijke termijn.