Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Stichting BSV,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert Stichting BSV, de werkgever, de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. Partijen hebben een langere opzegtermijn overeengekomen, waardoor de ontbinding per 1 januari 2016 in lijn is met de wettelijke berekening van de kantonrechter.
Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat een rechterlijke beslissing noodzakelijk is voor het participatiefonds om een wachtgelduitkering aan de werknemer te verstrekken. De kantonrechter bevestigt dat hij geen vergoeding kan toekennen anders dan de transitie- of billijke vergoeding. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de werkgever toezegt een bruto vergoeding van €23.000 te betalen, waarvan €5.000 bestemd is voor outplacement en scholing.
De kantonrechter beslist de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 januari 2016 en compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Een verzoek tot intrekking van de ontbinding is niet nodig nu een billijke vergoeding is toegekend.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2016 met een billijke vergoeding en zonder beëindigingsvergoeding.