Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
STICHTING MIJANDE WONEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Vriezenveen,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
De Stichting Mijande Wonen heeft een schadevergoeding gevorderd op grond van artikel 7:677 lid 2 en Pro 3 BW na het terecht gegeven ontslag op staande voet aan haar werknemer. De werknemer had eerder verzocht om een verklaring voor recht dat het ontslag onterecht was, maar dit verzoek is afgewezen omdat de kantonrechter oordeelde dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld en er een dringende reden voor ontslag was.
Mijande heeft de vergoeding berekend op € 19.646,46, gebaseerd op het loon over de periode dat de arbeidsovereenkomst bij reguliere opzegging had voortgeduurd. De werknemer voerde geen verweer tegen de hoogte van dit bedrag, maar verzocht om matiging van de vergoeding. De kantonrechter overweegt dat de vergoeding in beginsel toewijsbaar is, omdat het ontslag terecht was en de werknemer schuld had aan de dringende reden.
De kantonrechter kan de vergoeding matigen tot ten minste één maandsalaris, maar ziet geen aanleiding tot matiging. Wel compenseert hij de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de vergoeding met wettelijke rente vanaf de datum van ontslag.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 19.646,46 schadevergoeding met wettelijke rente na terecht ontslag op staande voet.