ECLI:NL:RBOVE:2021:1063
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en rechtmatigheid invordering dwangsom permanente bewoning recreatiewoonschip
Eiser en zijn echtgenote bezitten sinds 2004 een recreatiewoonschip te Kampen, waarvan permanente bewoning volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. Verweerder legde in 2018 een last onder dwangsom op wegens voortdurende permanente bewoning en overschrijding van bebouwing. Na onherroepelijke verklaring van deze last heeft verweerder in januari 2020 besloten tot invordering van een dwangsom van € 2.000,-.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of de bevoegdheid tot invordering niet was verjaard en concludeerde dat de verjaring door een verlenging van de begunstigingstermijn rechtsgeldig was gestuit, waardoor de bevoegdheid nog bestond. Eiser voerde onder meer aan dat de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw) het gebruik voor permanente bewoning zou legaliseren, maar de rechtbank oordeelde dat het overgangsrecht van deze wet niet ziet op het gebruik voor permanente bewoning zonder vergunning.
Verder werden door eiser aangevoerde bezwaren tegen de rechtmatigheid van de last niet inhoudelijk beoordeeld omdat deze bezwaren niet meer aan de orde kunnen komen bij toetsing van de invorderingsbeschikking, tenzij er zeer bijzondere omstandigheden zijn, welke hier niet aanwezig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat verweerder terecht bevoegd was om de dwangsom in te vorderen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom niet is verjaard.