ECLI:NL:RBOVE:2023:2678
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwstop en last onder dwangsom voor schuur zonder omgevingsvergunning
Eisers bouwden in 2020 een schuur zonder omgevingsvergunning op hun perceel te Enschede. Verweerder legde daarop een bouwstop en last onder dwangsom op. Eisers maakten bezwaar en stelden onder meer dat de schuur vergunningvrij was en dat handhaving onevenredig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was.
De rechtbank oordeelde dat de schuur niet vergunningvrij was omdat het perceel geen erf of achtererfgebied vormt en de bestemming 'agrarisch met waarden' het bouwen van een schuur verbiedt. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de vergelijkbare schuur kleiner is en al sinds 2006 staat. Ook werd het beroep op de onschuldpresumptie van artikel 6 EVRM Pro beoordeeld; ondanks vrijspraak in strafrechtelijke procedure was de bestuursrechtelijke handhaving niet in strijd met dit recht.
De rechtbank vond de handhaving niet onevenredig omdat de bouwstop en dwangsom geschikte en noodzakelijke middelen zijn om de overtreding tegen te gaan. Wel erkende de rechtbank dat verweerder niet altijd toeschietelijk was geweest in communicatie, maar dit rechtvaardigde geen andere uitkomst. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eisers kregen een vergoeding van proceskosten wegens motiveringsgebreken in het besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwstop en last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen proceskostenvergoeding.