Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 juni 2022;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek, tevens voorwaardelijke wijziging van eis;
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
Op 4 februari 2012 heeft Dexia een bedrag van € 2.355,76 aan [gedaagde] uitgekeerd, volgens Dexia tweederde van de restschulden inclusief reeds verschenen rente van de overeenkomsten II. en III.
Op de opgave staat ook een overeenkomst IV vermeld met de naam Extra Effect en contractnummer [nummer 4].
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [gedaagde] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
‘[bedrijf 1]’bij
‘Adviseur:’en ATP-nummer [nummer 5] is ingevuld en dat is voorzien van een stempel ‘ingekomen 26 nov. 1998’,
[nummer 5] [bedrijf 1] B.V.,
- een kopie van een ongedateerd aanvraagformulier op naam van [gedaagde], waarop
‘[naam 3]’bij
‘Naam adviseur:’en ATP-nummer [nummer 5] is ingevuld en dat is voorzien van een stempel ‘ingekomen 12 sep. 2000’
[nummer 5] [bedrijf 1] B.V.,
‘[bedrijf 1] in [kantoorplaats]’bij
‘Kantoor:’en ATP-nummer [nummer 5] is ingevuld,
[nummer 5] [bedrijf 1] B.V.,
-een brief van 21 februari 1997 gericht aan [gedaagde], voorzien van het logo van [bedrijf 2], betreffende
‘Aegon FundPensioen’, waarin te lezen is:
‘(…) U ontvangt hierbij uw bewijs van deelname aan het Aegon FundPensioen..(…)’,
€ 132,00