ECLI:NL:RBOVE:2024:1642
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorhaling BIG-registratie tandarts en verlies titelvoering
Eiser, een gepensioneerde tandarts, werd uit het BIG-register geschrapt omdat hij geen aanvraag tot herregistratie had ingediend binnen de gestelde termijn. Hij voerde aan dat deze doorhaling onrechtmatig was en in strijd met zijn eigendomsrecht, het gelijkheidsbeginsel, zijn persoonlijke levenssfeer en het evenredigheidsbeginsel. Tevens stelde hij dat de minister hem ten onrechte niet had gehoord in de bezwaarfase.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel procesbelang had en het beroep ontvankelijk was. De hoorplicht was geschonden, maar dit werd gepasseerd omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij hierdoor benadeeld was. De rechtbank stelde vast dat de registratie in het BIG-register geen eigendom is in de zin van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en dat de doorhaling niet in strijd is met internationale verdragen of algemene rechtsbeginselen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de maatregel noodzakelijk en proportioneel is ter bescherming van de patiëntveiligheid en dat er een fair balance bestaat tussen het algemene belang en het belang van eiser. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod werd verworpen, evenals de stelling dat de maatregel in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank veroordeelde de minister tot een geringe schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van het griffierecht.
De doorhaling van de registratie blijft daarmee in stand en eiser behoudt het recht de titel "tandarts niet praktiserend" te voeren. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de doorhaling van eisers registratie in het BIG-register blijft in stand.