ECLI:NL:RBOVE:2025:1840
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten
Verzoekster, een B.V. gevestigd in Overijssel, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enschede om voorschriften te verbinden aan haar omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten. Het college baseerde dit besluit mede op een advies van het Landelijk Bureau Bibob, dat ernstig gevaar zag dat de vergunning zou worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, vanwege eerdere wapendelicten gepleegd door een leidinggevende van verzoekster.
De voorzieningenrechter beoordeelde of het college terecht had geconcludeerd dat sprake was van ernstig gevaar en of de aan de vergunning verbonden voorschriften geschikt, noodzakelijk en evenredig waren. Hoewel het samenhangcriterium tussen de strafbare feiten en de vergunning onvoldoende was gemotiveerd in het oorspronkelijke besluit, achtte de voorzieningenrechter de nadere toelichting van het college voldoende om het ernstig gevaar voorlopig aan te nemen.
Echter oordeelde de voorzieningenrechter dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de voorschriften, waaronder het verbod voor de betreffende leidinggevende om zeggenschap te houden en de verplichting tot overdracht van aandelen, geschikt, noodzakelijk en evenredig waren. Gezien de verstrekkende gevolgen en de twijfel over de rechtmatigheid van het besluit, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning wordt geschorst.