Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
3.De feiten
4.De beoordeling
[eiseres] de contractspartij is. Zoals hierna zal blijken slaagt dit verweer niet. De incidentele vordering is echter wel mede ingegeven door dit verweer. Bovendien is de tijdens de mondelinge behandeling gevoerde discussie over de incidentele vordering gering geweest en is niet gesteld of gebleken dat Thermosolutions in verband met de incidentele vordering afzonderlijke kosten heeft gemaakt.
16 september 2020 zijn ook gericht aan “dhr/mevr. [eiseres]”. Dat de contacten voorafgaande, tijdens en na de werkzaamheden (aanvankelijk) met [eiseres] plaatsvonden en dat zij de offerte en werkbonnen heeft geaccepteerd en ondertekend, kan in deze omstandigheden niet de slotsom rechtvaardigen dat alleen [eiseres] en niet ook [eiser] contractspartij is bij de overeenkomst. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat [eiser] toen de vochtproblematiek zich (opnieuw) voordeed, contact heeft gehad met Thermosolutions en (onder meer) het e-mailbericht van 7 december 2024 heeft gestuurd. Ook de advocaat van [eiser] heeft in zijn correspondentie aan Thermosolutions duidelijk gemaakt dat hij optreedt als de advocaat van de familie [eiser]. Van de zijde van Thermosolutions is voorafgaande aan deze procedure op geen enkele manier duidelijk gemaakt dat [eiser] niet contractspartij is bij de overeenkomst. Door Thermosolutions zijn ook geen andere omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat alleen
[eiseres] als contractspartij bij de overeenkomst is opgetreden. Dit betekent dat dit verweer zal worden verworpen en de rechtbank over zal gaan tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak.
De rechtbank is, met toepassing van artikel 25 Rv Pro, van oordeel dat het e-mailbericht van
28 juli 2025 van de zijde [eiser] niet anders kan worden opgevat dan dat [eiser], bij geen (tijdige) reactie van de zijde van Thermosolutions niet langer nakoming verlangde maar vervangende schadevergoeding. Er wordt namelijk expliciet vermeld dat in een te voeren procedure Thermosolutions niet meer in de gelegenheid zal worden gesteld de (herstel)werkzaamheden uit te voeren, maar dat [eiser] de bedragen zal vorderen die terug zijn te vinden in de meegestuurde offertes/calculaties (die zijn opgevraagd bij derden). De rechtbank constateert ook dat deze bedragen daadwerkelijk zijn gevorderd bij dagvaarding (en nadien verhoogd zijn bij eisvermeerdering). Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat aan artikel 6:87 BW Pro is voldaan.
5.De beslissing
11 maart 2026.