Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3311

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
AK_26_416
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 AwbArt. 8:74 AwbArt. 8:75 AwbArt. 10:3 AwbArt. 11 PW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor vliegtickets naar Sri Lanka bevestigd

Eiseres vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van vliegtickets naar en van Sri Lanka voor haar gezin, nadat zij in mei 2025 met geleend geld was gereisd. Het college van burgemeester en wethouders van Kampen wees de aanvraag af op grond van het territorialiteitsbeginsel, de te late aanvraag en het ontbreken van zeer dringende redenen.

De rechtbank oordeelt dat het territorialiteitsbeginsel uit de Participatiewet (PW) het verlenen van bijstand voor kosten buiten Nederland uitsluit, waaronder reiskosten naar het buitenland. De aanvraag was bovendien te laat ingediend, aangezien de kosten al waren gemaakt voordat de aanvraag werd gedaan, en er waren geen bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigden.

Eiseres voerde aan dat er zeer dringende redenen waren vanwege de levensbedreigende hartaanval van haar schoonvader in Sri Lanka en dat het belang van haar minderjarige kinderen onvoldoende was meegewogen. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat er geen acute noodsituatie was die alleen met bijstand kon worden verholpen en dat het bestuursorgaan voldoende rekening had gehouden met het belang van de kinderen.

Het bevoegdheidsgebrek in het bestreden besluit werd gepasseerd omdat het college het besluit alsnog uitdrukkelijk voor haar rekening nam. De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, maar verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de bijzondere bijstand.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor vliegtickets naar Sri Lanka is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/416

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E. Türk),
en

het college van burgemeester en wethouders van Kampen, het college

(gemachtigden: B. Diepeveen en M. Haveman.)

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand voor de kosten van vliegtickets naar en van Sri Lanka voor haar gezin. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet slaagt. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 22 juli 2025 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van vliegtickets naar en van Sri Lanka voor haar gezin. In de aanvraag is vermeld dat ze op 17 mei 2025 naar Sri Lanka zijn gevlogen met geleend geld en dat ze nu het geld moeten terugbetalen. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 28 augustus 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 december 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de echtgenoot van eiseres, [echtgenoot] en de gemachtigden van het college.
Het bestreden besluit
3. Aan de afwijzing van het verzoek om bijzondere bijstand ligt, mede gelet op de tijdens de zitting gegeven toelichting, ten grondslag dat het territorialiteitsbeginsel in de weg staat aan de verlening van bijzondere bijstand, dat daarnaast de aanvraag te laat is ingediend en dat er geen sprake is van zeer dringende redenen om toch bijstand te verlenen.

Beroepsgronden

4. Eiseres heeft, samengevat weergegeven, het volgende aangevoerd. Het territorialiteitsbeginsel moet zo worden begrepen dat geen bijstand kan worden verleend aan mensen die niet in Nederland wonen, en niet voor kosten die in het buitenland worden betaald. Dit beginsel staat echter niet in de weg aan bijstandverlening voor een in Nederland door een Nederlander geboekte reis die begint en eindigt in Nederland. De aanvraag is ook niet later ingediend dan de beleidsregels toestaan. De bijstand is namelijk aangevraagd voor de pas na terugkomst in Nederland opeisbaar geworden lening. Tussen de terugkomst in Nederland en de datum van de aanvraag zit minder dan twee maanden, zodat op grond van de beleidsregels bijstand moet worden verleend. Er zijn ook zeer dringende redenen om toch bijstand te verlenen. De schoonvader van eiseres, die in Sri Lanka woont, kreeg een hartaanval die levensbedreigend was, en er was een reële kans dat dit de laatste mogelijkheid zou kunnen zijn voor de kinderen om hun opa te ontmoeten. Zij hebben een nauwe band met opa, maar zij hadden hem nog nooit ontmoet omdat aan hem vier maal geen visum werd verleend om naar Nederland te komen. De gevolgen van de besluitvorming zijn verder onevenredig met het doel van de regels. Ook is het belang van de minderjarige kinderen niet meegewogen, terwijl dat wel verplicht is op grond van artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Tot slot wil eiseres graag een vergoeding van de kosten van de taxi die zij hebben genomen van hun woonplaats naar de luchthaven.

Beoordeling door de rechtbank

Bevoegdheidsgebrek
5.1.
Het bestreden besluit is namens het college genomen door het afdelingshoofd Inkomen en bedrijfsvoering sociaal domein, [afdelingshoofd] , terwijl die ook namens het college het besluit van 28 augustus 2025 heeft genomen. Dit is in strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bestreden besluit is dus onbevoegd genomen. Met een brief van 8 mei 2026 aan de rechtbank heeft de concerndirecteur, [directeur] , het bestreden besluit namens het college alsnog uitdrukkelijk voor haar rekening genomen. Daarom bestaat aanleiding om met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb het bevoegdheidsgebrek te passeren, omdat aannemelijk is dat belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. Ook als het bevoegdheidsgebrek zich niet zou hebben voorgedaan, zou een besluit met gelijke uitkomst zijn genomen.
Het territorialiteitsbeginsel
5.2.
Aan de Participatiewet (PW) ligt het territorialiteitsbeginsel ten grondslag. Dit komt tot uitdrukking doordat in artikel 11 van Pro de PW staat dat alleen ‘hier te lande’ recht op bijstand kan bestaan. Door het territorialiteitsbeginsel is het niet mogelijk bijstand te verlenen voor reiskosten naar en vanuit het buitenland. Het is wel mogelijk bijstand te verlenen voor de kosten van het deel van de reis over Nederlands grondgebied. Bij reizen met het vliegtuig geldt de luchthaven in Nederland als landsgrens. Dit is vaste rechtspraak. [1] Het is dus door het territorialiteitbeginsel niet mogelijk bijzondere bijstand te verlenen voor de reiskosten van eiseres en haar gezin naar Sri Lanka. Wat eiseres hierover heeft aangevoerd leidt daarom niet tot een ander oordeel.
5.3.
Omdat deze afwijzingsgrond valt onder paragraaf 2.2 van de PW is artikel 16 van Pro de PW van toepassing: aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, kan het college, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Dit begrip wordt zo uitgelegd dat sprake moet zijn van een acute noodsituatie die alleen met bijstandverlening is te verhelpen. In het algemeen dienen onder acute noodsituaties te worden verstaan die schrijnende situaties waarvan het evident is dat het weigeren van bijstand zondermeer onaanvaardbaar is. Bij de beoordeling of een acute noodsituatie zich voordoet zal ook moeten worden meegewogen of het niet-verlenen van bijstand voor de betrokkene tot ernstige gevolgen leidt, met name voor diens gezondheid [2] . Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat zo een situatie zich hier niet voordoet. Zoals in het bestreden besluit staat, waren de kosten van de vliegtickets betaald uit geleende middelen, dus heeft eiseres de gestelde noodsituatie zelf weten op te lossen.
5.4.
Dit betekent dus dat het territorialiteitsbeginsel in de weg staat aan het verlenen van de gevraagde bijstand.
De tijdigheid van de aanvraag
6.1.
De rechtbank zal ook ingaan op deze afwijzingsgrond. Bijstand wordt in beginsel verleend met ingang van de dag waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. Voor kosten die zijn ontstaan vóór de datum waarop de aanvraag om bijzondere bijstand is ingediend wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend. Dit volgt uit artikel 44, eerste lid, van de PW. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Dit volgt uit vaste rechtspraak [3] . Zulke omstandigheden kunnen zich voordoen als het de betrokkene niet kan worden verweten dat hij zich niet eerder heeft gemeld om bijstand aan te vragen of niet eerder een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Dit kan het geval zijn als de betrokkene niet in staat was om zich eerder te melden om bijstand aan te vragen of om eerder bijstand aan te vragen, of als de betrokkene daarvan is afgehouden door de bijstandverlenende instantie. Het is aan betrokkene om aannemelijk te maken dat sprake is van bijzondere omstandigheden.
6.2.
In dit geval zijn de kosten gemaakt op 15 mei 2025. De reis is geweest van 17 mei 2025 tot 13 juni 2025. De aanvraag is gedaan op 22 juli 2025. De aanvraag is dus gedaan nadat de kosten zijn gemaakt. In beginsel is er dus geen recht op bijstand. Het college heeft terecht geconcludeerd dat er geen bijzondere omstandigheden zijn als bedoeld in 6.1. Daarbij is van belang dat niet in geschil is dat eiseres bekend was met de aanvraagprocedure voor bijzondere bijstand. Op grond van artikel 44 en Pro de in de rechtspraak omschreven uitzondering heeft eiseres dus geen recht op bijzondere bijstand.
6.3.
De Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Kampen (Beleidsregels) op grond waarvan met 2 maanden terugwerkende kracht bijstand kan worden toegekend is tegenwettelijk van aard en wordt daarom als gegeven aanvaard [4] . Wat eiseres heeft aangevoerd over de onredelijkheid van dit beleid kan dus niet slagen. Ook de beroepsgrond dat eiseres de aanvraag wel binnen 2 maanden heeft ingediend, omdat moet worden gerekend vanaf de datum van terugkomst uit Sri Lanka slaagt niet. In de aanvraag van eiseres staat duidelijk dat de bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor de kosten van de vliegtickets. Daarnaast is weliswaar aangegeven dat eiseres moet teruggeven wat zij heeft geleend, maar dat maakt niet dat moet worden geoordeeld dat de kosten zich pas voordoen bij terugkomst in Nederland. Eiseres heeft dus ook niet op grond van de Beleidsregels recht op bijzondere bijstand voor de vliegtickets naar Sri Lanka.
Evenredigheid
7. De beroepsgrond dat de gevolgen van de besluitvorming onevenredig zijn met het doel van de regels slaagt niet. Artikel 11, eerste lid, en artikel 44, eerste lid, van de PW bevatten dwingende regels. Volgens vaste rechtspraak [5] staat het toetsingsverbod van artikel 120 van Pro de Grondwet aan toetsing van die bepaling(en) aan het evenredigheidsbeginsel in de weg. Dit is alleen anders in het geval van bijzondere omstandigheden die de wetgever niet of niet ten volle in zijn afweging heeft verdisconteerd of bijzondere omstandigheden die meebrengen dat toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd is met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht dat die toepassing achterwege moet blijven. De essentie van een dwingend geformuleerde termijnbepaling als artikel 44, eerste lid, van de PW is dat degene die niet of niet tijdig zijn aanvraag indient zijn rechten verspeelt, ook als hij daardoor financieel of anderszins wordt gedupeerd. Deze essentie kan de wetgever bij het vaststellen van deze wetsbepaling, mede gelet op de ondubbelzinnige tekst ervan, niet zijn ontgaan, zodat moet worden aangenomen dat de wetgever deze gevolgen heeft bedoeld en voorzien. [6] Ook de essentie van artikel 11, eerste lid, van de PW kan de wetgever niet zijn ontgaan. Zo heeft de staatssecretaris van sociale zaken en werkgelegenheid expliciet vermeld dat het territorialiteitsbeginsel bijstandsverlening, waaronder bijzondere bijstand, uitsluit ten aanzien van kosten die buiten Nederland zijn gemaakt of die betrekking hebben op kosten die niet aan Nederland zijn verbonden. [7]
Artikel 3 van Pro het IVRK
8. Het beroep op artikel 3 van Pro het IVRK slaagt ook niet. Dat artikel bepaalt dat de belangen van het kind de eerste overweging vormen bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen. Artikel 3 van Pro het IVRK heeft rechtstreekse werking in zoverre het ertoe strekt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van die kinderen moeten worden betrokken. Wat betreft het gewicht dat aan het belang van een kind in een concreet geval moet worden toegekend, bevat artikel 3, eerste lid, van het IVRK, gelet op de formulering ervan, geen norm die zonder nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving door de rechter direct toepasbaar is. Wel moet de bestuursrechter in dit verband toetsen of het bestuursorgaan zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind en of het bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn bevoegdheden binnen de grenzen van het recht is gebleven. Deze rechterlijke toets heeft een terughoudend karakter [8] . In dit geval is de rechtbank van oordeel dat er geen strijd is met artikel 3 van Pro het IVRK. De kinderen wordt door toepassing van de regels uit de PW niet de omgang ontzegd met hun opa, reeds omdat de kinderen hun opa wel hebben kunnen zien en dit ook mogelijk is via digitale middelen zoals beeldbellen. Verder is niet onderbouwd welke invloed de besluitvorming op de kinderen heeft gehad of nog gaat hebben.
De kosten van de taxi
9. De rechtbank komt niet toe aan een oordeel over de vraag van eiseres of de kosten van de taxi die zij en haar gezin hebben genomen naar de luchthaven moeten worden vergoed. De besluitvorming en de aanvraag zien namelijk niet op deze kosten, zodat ze buiten de omvang van het geding vallen.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. In de toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb ziet de rechtbank aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van eiseres in beroep. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. De vergoeding voor verleende rechtsbijstand bedraagt dan in totaal € 1.868,-. Ook moet het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 54,- vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 54,- aan eiseres vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
mr.E.G.M. ten Kate, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
Griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 6:22
Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.
Artikel 8:74, tweede lid
In de overige gevallen kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
Artikel 8:75, eerste lid
De bestuursrechter is bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de bestuursrechter, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, , en 7:28, tweede, vierde en vijfde lid, zijn van toepassing. Een natuurlijke persoon kan slechts in de kosten worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling als bedoeld in de eerste volzin uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop bij de uitspraak het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
Artikel 10:3, derde lid
Mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, wordt niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.
Participatiewet
Artikel 11, eerste lid
Iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege.
Artikel 16, eerste lid
Aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, kan het college, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken.
Artikel 44, eerste lid
Indien door het college is vastgesteld dat recht op bijstand bestaat, wordt de bijstand toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voorzover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen.
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Kampen
Artikel 2.2, onder stap 9
De gemeente heeft een aanvraagformulier vastgesteld waarmee de inwoner bijzondere bijstand kan aanvragen (Balie inkomen en zorg en online). Bijzondere bijstand kan alleen worden verstrekt als de aanvraag binnen 2 maanden na het ontstaan van de kosten is ingediend. Het is namelijk lastig om met terugwerkende kracht te beoordelen hoe de situatie precies was. De datum waarop de kosten zijn ontstaan is vaak terug te vinden op de factuur. Op de aanvraagdatum moet dan nog wel kunnen worden beoordeeld of aan de andere voorwaarden voor bijzondere bijstand is voldaan. Zo moet bijvoorbeeld nog steeds vastgesteld kunnen worden of de kosten noodzakelijk en bijzonder waren.

Voetnoten

1.Zie de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU8467 en 3 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2373
2.Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:985
3.Uitspraak van 4 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1699
4.Vergelijk de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1699
5.Bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1047
6.Uitspraak van 4 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1699
7.TK 2003-2004, 28 870, nr. 104, p.1
8.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3446