Eiseres vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van vliegtickets naar en van Sri Lanka voor haar gezin, nadat zij in mei 2025 met geleend geld was gereisd. Het college van burgemeester en wethouders van Kampen wees de aanvraag af op grond van het territorialiteitsbeginsel, de te late aanvraag en het ontbreken van zeer dringende redenen.
De rechtbank oordeelt dat het territorialiteitsbeginsel uit de Participatiewet (PW) het verlenen van bijstand voor kosten buiten Nederland uitsluit, waaronder reiskosten naar het buitenland. De aanvraag was bovendien te laat ingediend, aangezien de kosten al waren gemaakt voordat de aanvraag werd gedaan, en er waren geen bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigden.
Eiseres voerde aan dat er zeer dringende redenen waren vanwege de levensbedreigende hartaanval van haar schoonvader in Sri Lanka en dat het belang van haar minderjarige kinderen onvoldoende was meegewogen. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat er geen acute noodsituatie was die alleen met bijstand kon worden verholpen en dat het bestuursorgaan voldoende rekening had gehouden met het belang van de kinderen.
Het bevoegdheidsgebrek in het bestreden besluit werd gepasseerd omdat het college het besluit alsnog uitdrukkelijk voor haar rekening nam. De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, maar verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de bijzondere bijstand.