ECLI:NL:CRVB:2025:1699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand intakekosten bewindvoering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Betrokkene, benoemd als bewindvoerder, vroeg bijzondere bijstand aan voor intakekosten en periodieke kosten van bewindvoering. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten waren gemaakt vóór de aanvraagdatum en er geen bijzondere omstandigheden waren die terugwerkende kracht rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat het college het evenredigheidsbeginsel had geschonden en kende de bijstand met terugwerkende kracht toe. Het college ging in hoger beroep en stelde dat het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het wettelijk verbod op terugwerkende kracht dit niet toestonden.
De Raad bevestigde dat het college terecht het besluit handhaafde. Het evenredigheidsbeginsel biedt geen grond voor terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden. Het collegebeleid dat een overschrijdingstermijn van tien werkdagen hanteerde, is tegenwettelijk, maar correct toegepast in deze zaak.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene kreeg geen vergoeding en het college hoefde geen griffierecht te betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht blijft in stand.