ECLI:NL:CRVB:2025:1699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor intakekosten bewindvoering
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. De rechtbank had geoordeeld dat het college bijzondere bijstand voor de intakekosten van bewindvoering met terugwerkende kracht moest verlenen. Het college was het hier niet mee eens en stelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die deze verlening rechtvaardigden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht had afgewezen. De Raad benadrukte dat de wet, artikel 44 van de Participatiewet, voorschrijft dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. In dit geval was er geen bewijs van dergelijke omstandigheden. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad concludeerde dat de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de intakekosten en de periodieke kosten van bewindvoering over de periode van 5 februari 2022 tot en met 15 maart 2022 terecht was afgewezen.