Het RIV van ex-werkgever bestaat, voor zover het gaat om het handelen van de bedrijfsartsen, uit de probleemanalyse van 10 december 2021, het plan van aanpak van
24 februari 2022, diverse evaluaties, een actueel oordeel van 30 augustus 2023, deskundigenoordelen van 27 oktober 2022 en 7 augustus 2023 en diverse andere documenten. Uit het RIV blijkt dat eiser vanaf augustus 2021 preventief spreekuurcontacten heeft gehad met bedrijfsarts [bedrijfsarts 1]. Na de ziekmelding op 23 november 2021 heeft eiser nog gedeeltelijk gewerkt. Er was sprake van een medisch probleem en een conflictsituatie. Eiser had een coach. Bedrijfsarts [bedrijfsarts 1] heeft op 7 januari 2022 geconstateerd dat sprake was van energetische beperkingen en geadviseerd gedeeltelijk te blijven werken. Op
13 januari 2022 heeft de bedrijfsarts geadviseerd gerichte hulpverlening in te zetten. Op
4 februari 2022 heeft de bedrijfsarts eiser geadviseerd voorlopig niet te werken en hem verwezen naar interventie. Vanaf 7 februari 2022 is eiser volledig ziek gemeld. Op
24 februari 2022 is het plan van aanpak opgesteld. De arbeidsverhouding stond onder spanning. Op 4 maart 2022 is op verzoek van eiser een andere bedrijfsarts, [bedrijfsarts 2], ingezet. Bedrijfsarts [bedrijfsarts 1] had geadviseerd interventie in te zetten om de diagnose helder te krijgen. Bedrijfsarts [bedrijfsarts 2] heeft telefonisch verzocht om aanpassing van dit traject naar diagnostiek en behandeling. Op 9 maart 2022 heeft een psychiater van IVMV eiser uitgenodigd voor expertiseonderzoek op 17 maart 2022. Eiser wilde niet verder met dit onderzoek, zodat dit is gestopt. Op 5 april 2022 was eiser in behandeling bij de praktijkondersteuner van de huisarts. De bedrijfsarts heeft bedrijfsmaatschappelijk werk geadviseerd. Op 3 mei 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen eiser en de bedrijfsmaatschappelijk werker. Op dat moment was er geen contact meer tussen eiser en ex-werkgever. Op 15 juni 2022 heeft de bedrijfsarts geadviseerd zes weken rust te nemen en daarna een mediationtraject te starten. Op 22 juli 2022 heeft de bedrijfsarts geconstateerd dat mediation gestart kon worden. Op voorstel van eiser is een mediator gekozen. Afgesproken is dat de coach van eiser bij de gesprekken aanwezig zou zijn. Op
20 september 2022 is gebleken dat de mediator afzag van een mediationtraject. Op
6 oktober 2022 heeft de bedrijfsarts de huisarts verzocht om consultatie GGZ in te zetten om te komen tot verdere diagnostiek. De arbeidsdeskundige heeft in het deskundigenoordeel van 27 oktober 2022 vastgesteld dat eiser toen nog geen mogelijkheden voor re-integratie had. De arbeidsdeskundige vond eerst inzet van behandeling noodzakelijk. Daarna zou de bedrijfsarts de mogelijkheden tot re-integratie opnieuw kunnen beoordelen. In het deskundigenoordeel is vermeld dat ex-werkgever voornemens was om, wanneer bij eiser sprake was van belastbaarheid, een arbeidsdeskundig onderzoek in te zetten. Op
13 november 2022 was de eerstejaarsevaluatie. De bedrijfsarts heeft toen gemeld dat eiser behandeling heeft gezocht en dat nog niet duidelijk is wat het vervolgtraject wordt. De bedrijfsarts heeft geadviseerd het arbeidsdeskundig onderzoek uit te stellen tot behandeling voldoende op gang zou zijn om de beperkingen en mogelijkheden van eiser in kaart te kunnen brengen. De bedrijfsarts heeft tevens geadviseerd om een periode van rust in te lassen. Eiser was vanaf 1 november 2022 in behandeling bij een specialist. Op
18 januari 2023 heeft de re-integratie- en preventieadviseur echter gemeld dat de gerichte behandeling nog niet was opgestart en dat eiser in gesprek was voor het vervolg daarvan. Volgens eiser ging het toen langzaam iets beter met hem. Op 17 maart 2023 was de stafarts aanwezig bij het spreekuur met de bedrijfsarts. Onderzoek en behandeling zou in de curatieve sector worden opgestart. Het advies van de bedrijfsarts was om nog niet in werk te hervatten, onderling contact te onderhouden en om een begeleidingstraject in te zetten. Op 25 mei 2023 heeft de bedrijfsarts gemeld dat de medische klachten, waarmee eiser zich aanvankelijk presenteerde, niet meer op de voorgrond stonden. Voor de belangrijkste medische klachten waarvan nu sprake was, was hulp nodig vanuit de curatieve sector. De bedrijfsarts heeft eiser hierover nadere informatie gevraagd. Verder hebben eiser en ex-werkgever ingestemd met ondersteuning en begeleiding bij deze medische problemen vanuit de arbocuratieve sector. Met een nieuw spreekuur zou gewacht worden totdat de begeleiding was gestart en de bedrijfsarts meer duidelijkheid zou hebben over de behandeling in de curatieve sector. Verder heeft de bedrijfsarts gemeld dat eiser buitenproportioneel veel mails aan ArboNed heeft gestuurd en dat, als dat zo blijft, de bedrijfsarts dit zou zien als grensoverschrijdend gedrag en dat dan de verzuimbegeleiding beëindigd zou worden. Op
20 juni 2023 heeft bedrijfsarts [bedrijfsarts 3] op verzoek van eiser een second opinion uitgebracht. Uit brieven van 26 en 31 mei en 23 juni 2023 blijkt dat eiser niet is verschenen op een aantal uitnodigingen voor een gesprek met ex-werkgever. Ex-werkgever heeft vervolgens een offerte van 10 juli 2023 voor ambulante begeleiding van JADOS ondertekend. Op 11 juli 2023 heeft ArboNed laten weten de behandelrelatie met eiser te beëindigen. Ook de begeleiding van JADOS is op 13 juli 2023 gestopt. Uit een brief van 14 juli 2023 blijkt dat eiser opnieuw niet op een door ex-werkgever geïnitieerde afspraak is verschenen. Ex-werkgever heeft gemeld dat eiser hiermee opnieuw zijn re-integratieplicht heeft geschonden en dat de betaling van het loon stopt vanaf 12 juli 2023. Vervolgens heeft het UWV op verzoek van de ex-werkgever op 7 augustus 2023 opnieuw een deskundigenoordeel gegeven. Op 30 augustus 2023 heeft de bedrijfsarts het actueel oordeel opgesteld.