ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3770
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. van Nifterick
- P.C. Santema
- dr. P.G.J. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot boeteoplegging voor trustactiviteiten zonder vergunning onder de Wet toezicht trustkantoren
Eiseres werd door verweerster een bestuurlijke boete van €87.125 opgelegd wegens het verrichten van trustactiviteiten zonder vergunning in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). De rechtbank stelt vast dat eiseres gedurende de periode in geschil als trustkantoor fungeerde zonder de vereiste vergunning of vrijstelling.
Eiseres voerde diverse verweren aan, waaronder dat het vermoeden van overtreding niet op zorgvuldig onderzoek was gebaseerd, dat bewijs onrechtmatig was verkregen wegens het ontbreken van cautie, dat de boeteoplegging in strijd was met beleidsregels, en dat de boete disproportioneel was. De rechtbank verwierp deze bezwaren, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was voorbereid, de cautieplicht pas ontstond bij de kennisgeving van het voornemen tot boeteoplegging, en dat de boete in verhouding stond tot de behaalde winst en preventieve werking.
Hoewel het bestreden besluit een deugdelijke motivering ontbeerde omtrent de schending van het gelijkheidsbeginsel, achtte de rechtbank dit onvoldoende om het besluit inhoudelijk te vernietigen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Verweerster werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de opgelegde boete blijft in stand.