ECLI:NL:RBROT:2010:BM8116
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Klein Wolterink
- Janssen
- Van den Enden
- Rechtspraak.nl
Veroordeling van Somalische verdachte voor deelname aan piraterij in de Golf van Aden
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen een Somalische verdachte die werd beschuldigd van deelname aan piraterij (zeeroof) in de Golf van Aden. De verdachte en vier medeverdachten zouden met automatische wapens en een raketwerper het schip MS Samanyolu hebben aangevallen. Nederland stelde universele rechtsmacht vast op grond van artikel 381 Sr Pro en internationale verdragen UNCLOS en SUA, en verwierp bezwaren tegen vervolging.
De verdachte werd op 2 januari 2009 door de Deense marine aangehouden en later overgedragen aan Nederland. De rechtbank oordeelde dat de detentie tussen 2 januari en 10 februari 2009 rechtsgeldig was, maar constateerde een schending van artikel 5, derde lid EVRM vanwege een te late voorgeleiding. Deze schending leidde echter niet tot niet-ontvankelijkheid.
Bewijs bestond uit verklaringen van bemanningsleden, getuigen en de verdachte zelf. De rechtbank verwierp het verweer van noodweer omdat de piraten als eerste geweld hadden gebruikt. De verdachte werd vrijgesproken van deelname als schipper, maar veroordeeld voor deelname als schepeling. Gelet op de ernst en omstandigheden werd een gevangenisstraf van 5 jaar opgelegd, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden en eerdere praktijk.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf voor deelname als schepeling aan piraterij in de Golf van Aden.