ECLI:NL:RBROT:2011:BQ5670
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arbitraal vonnis wegens ontbreken overeenkomst tot arbitrage
In deze zaak staat centraal of een geldige arbitrageovereenkomst bestaat tussen eiser en Cimcool. Eiser, directeur van een Hongaarse vennootschap, had werkzaamheden verricht voor Cimcool en een overeenkomst gesloten die een arbitragebeding bevatte. Cimcool startte een arbitrageprocedure tegen zowel eiser als diens vennootschap, waarin eiser niet verscheen. De arbiter veroordeelde eiser en de vennootschap tot betaling.
Eiser vordert vernietiging van het arbitraal vonnis op grond dat hij niet partij is bij de arbitrageovereenkomst, die volgens hem slechts tussen Cimcool en de vennootschap is gesloten. De rechtbank oordeelt dat de stelplicht en bewijslast voor het bestaan van de arbitrageovereenkomst bij Cimcool rusten. De rechtbank past geen terughoudende toets toe bij deze voorvraag en wijst het verweer van Cimcool dat eiser niet-ontvankelijk zou zijn af.
De rechtbank constateert dat de onderhandelingsfase en de inhoud van de overeenkomst onvoldoende duidelijkheid geven over de contractspartijen. Daarom wordt Cimcool gelegenheid gegeven haar stellingen te preciseren, waarna nader bewijs kan worden geleverd. Tot die tijd wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: Het arbitraal vonnis wordt vernietigd wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst tussen eiser en Cimcool.