ECLI:NL:RBROT:2012:BW8335
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken schadevergoeding wegens te late bijstandsuitkering en schending EVRM
Eiser verzocht vergoeding van materiële en immateriële schade vanwege de te late uitbetaling van bijstand tussen oktober 2006 en april 2007. Verweerder had reeds rente en dwangsommen toegekend, maar weigerde verdere vergoeding. Eiser stelde ook dat de redelijke termijn van vier jaar was overschreden (artikel 6 EVRM Pro) en dat artikel 8 EVRM Pro was geschonden wegens ernstige inbreuk op zijn privéleven.
De rechtbank stelde vast dat de rentevergoeding de materiële schade dekt en dat de bestuursrechtelijke procedure binnen de redelijke termijn van vier jaar was afgerond. De vermeende schending van artikel 8 EVRM Pro werd niet erkend omdat de situatie niet vergelijkbaar was met eerdere uitspraken waarbij sprake was van ernstige inbreuk op het privéleven.
De rechtbank volgde de jurisprudentie dat bij bestuursrechtelijke schadevergoeding aansluiting moet worden gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en verdere schadevergoeding wordt afgewezen.