ECLI:NL:RBROT:2016:112
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom wegens niet verstrekken inlichtingen aan De Nederlandsche Bank
De zaak betreft een last onder dwangsom die De Nederlandsche Bank (DNB) oplegde aan eiseres wegens overtreding van artikel 5:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door het niet verstrekken van gevorderde inlichtingen. Eiseres had zich beroepen op het zwijgrecht en stelde dat de gevorderde dienstroosters wilsafhankelijk materiaal betroffen, waardoor zij niet verplicht zou zijn deze te verstrekken. De rechtbank oordeelde dat de gevorderde informatie niet wilsafhankelijk is, mede omdat eiseres op grond van de Arbeidstijdenwet verplicht is een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden te voeren.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres dat het zwijgrecht op grond van artikel 6 EVRM Pro haar zou vrijstellen van het verstrekken van de gevraagde gegevens. De jurisprudentie van de Hoge Raad stelt dat het verstrekken van wilsafhankelijk materiaal onder bepaalde restricties mag worden afgedwongen en dat het gebruik van dergelijk materiaal voor sanctiedoeleinden aan rechterlijke toetsing is onderworpen.
De rechtbank stelde vast dat het dwangsombesluit en het bestreden besluit geen restrictie bevatten over het gebruik van wilsafhankelijk materiaal, maar dat dit in deze zaak niet nodig was omdat het gevorderde materiaal niet als zodanig kon worden aangemerkt. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het dwangsombesluit van De Nederlandsche Bank wordt ongegrond verklaard.