Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
DFDS Seaways B.V.,
Rechtbank Rotterdam
De werknemer is sinds 2003 in dienst bij DFDS en werd in augustus 2015 gearresteerd. Hij is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag, bedreiging en mishandeling, waartegen hij in hoger beroep is gegaan. Sinds zijn arrestatie heeft hij niet meer gewerkt.
DFDS verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding, subsidiair op de restgrond detentie. Diverse anonieme collega’s verklaarden dat zij bang zijn voor de werknemer vanwege zijn gewelddadige gedrag en dat terugkeer op de werkvloer niet wenselijk is.
De kantonrechter oordeelt dat detentie een redelijke grond voor ontbinding kan zijn, zeker gezien de ernst van het delict, de duur van de detentie en de negatieve invloed op de werksfeer. De werknemer heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, waardoor het vertrouwen is geschaad. Herplaatsing is niet in de rede. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2017 zonder transitievergoeding.
De werknemer vroeg een billijke vergoeding, maar dit werd afgewezen omdat het verwijtbaar handelen niet aan DFDS kan worden toegerekend. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2017 wegens detentie en ernstig verwijtbaar handelen zonder recht op transitievergoeding.