De Rechtbank Rotterdam heeft op 27 juli 2017 uitspraak gedaan in een zaak over overtreding van het kartelverbod door diverse leesmapondernemingen. Deze ondernemingen hadden afspraken gemaakt over het onderling verdelen van klanten en het niet werven van elkaars klanten, ondersteund door een controle- en sanctiesysteem. ACM legde hiervoor bestuurlijke boetes op.
De rechtbank oordeelt dat het bestaan van deze afspraken voldoende is bewezen en kwalificeert dit als één enkele voortdurende overtreding met een mededingingsbeperkende strekking. De afspraken waren gericht op het behoud van marktaandeel in een krimpende markt en het creëren van rust in de markt. De rechtbank verwerpt de beroepen op de uitzonderingsbepalingen van de Mededingingswet en de bagatelbepaling.
De rechtbank bevestigt dat de relevante markt de leesmappenmarkt is en dat de boetesystematiek van ACM niet leidt tot onevenredige boetes, hoewel voor enkele ondernemingen de boetes zijn gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank concludeert dat de overtreding voortduurde tot de datum van het boeterapport in augustus 2012, omdat geen ondubbelzinnige afstand van de afspraken is genomen.
De rechtbank behandelt uitgebreid de bewijsvoering, de juridische kwalificatie van de overtreding als één enkele voortdurende inbreuk, en de hoogte van de boetes. Ook wordt ingegaan op de betrokkenheid van de feitelijk leidinggevenden en de toerekening van de boetes aan rechtspersonen en hun leidinggevenden.
Uiteindelijk worden de beroepen deels ongegrond verklaard, met bevestiging van de boetes en enkele matigingen, waarmee de rechtbank het besluit van ACM in stand houdt.