ECLI:NL:RBROT:2018:9806
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel arbeidsovereenkomst en billijke vergoeding na vervallen functie
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen [verzoeker] en Reinis N.V. waarbij [verzoeker] primair verzocht om herstel van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2018. Subsidiair werd herstel van de arbeidsovereenkomst en toekenning van een billijke vergoeding van €75.000,- gevorderd.
De kern van het geschil was of de functie van [verzoeker] daadwerkelijk was komen te vervallen door een wijziging in de organisatiestructuur van Reinis. De kantonrechter stelde vast dat de functie van [verzoeker] uniek was en is komen te vervallen doordat de afdeling SMC werd opgeheven en werkzaamheden direct in de lijn stafstructuur werden ondergebracht.
De kantonrechter oordeelde dat het niet van de werkgever verwacht kan worden om een nieuwe functie te creëren om een werknemer te behouden. Ook was Reinis niet verplicht om te onderzoeken of [verzoeker] in aanmerking kwam voor een andere functie, zoals bedrijfsleider, mede omdat hij niet over de vereiste leidinggevende vaardigheden beschikte.
Daarmee was de opzegging niet in strijd met artikel 7:669 lid 1 jo Pro lid 3 BW en werd het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst afgewezen. Omdat Reinis ook niet in strijd met artikel 7:669 lid 3 onder Pro a BW had gehandeld, werd een billijke vergoeding eveneens geweigerd. De proceskosten werden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst en toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen.