Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding, met producties;
- conclusie van antwoord
Rechtbank Rotterdam
In deze kort geding procedure vordert de eiser, managing director van de verzoekster, wedertewerkstelling, betaling van achterstallig loon, een bonus over 2019 en terugbetaling van een ingehouden bedrag op zijn salaris. De verzoekster betwist de vorderingen en stelt dat de arbeidsovereenkomst ernstig en duurzaam is verstoord, waardoor ontbinding is aangevraagd en terugkeer naar werk niet mogelijk is.
De kantonrechter constateert dat de loonvorderingen reeds in een bodemprocedure zijn beslist, waardoor daarvoor geen spoedeisend belang meer bestaat en deze worden afgewezen. Ten aanzien van de wedertewerkstelling oordeelt de kantonrechter dat indien de verzoekster het ontbindingsverzoek intrekt, de arbeidsovereenkomst doorloopt en de eiser recht heeft op terugkeer in zijn functie. Daarom wordt de vordering tot wedertewerkstelling voorwaardelijk toegewezen met een dwangsom bij niet-naleving.
De kantonrechter veroordeelt de verzoekster tot betaling van de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het overige wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan op 20 december 2019 door mr. M. Verkerk.
Uitkomst: Voorwaardelijke toewijzing van wedertewerkstelling bij intrekking ontbindingsverzoek, overige vorderingen afgewezen.