Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde 2] ,
[gedaagde 3] ,
Rechtbank Rotterdam
Eiser vordert betaling van achterstallig salaris vanaf augustus 2019, toegang tot zijn werkplek, wettelijke verhoging wegens loonschuld en wettelijke rente, alsmede salarisspecificaties. Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend.
Tijdens de mondelinge behandeling geeft eiser aan dat het salaris over augustus en september 2019 inmiddels is betaald, zodat de vordering voor salarisbetaling wordt toegewezen vanaf oktober 2019. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 20% in plaats van de maximaal gevorderde 50%.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde om het netto equivalent van het bruto maandsalaris van €1.800,- (exclusief vakantiebijslag en emolumenten) vanaf 1 oktober 2019 te betalen tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Tevens wordt gedaagde veroordeeld om eiser toe te laten tot zijn werkplek met een dwangsom van €250,- per dag bij niet-naleving, gemaximeerd op €7.500,-. Ook dient gedaagde de salarisspecificaties te overhandigen onder dezelfde dwangsom en maximum.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris vanaf oktober 2019, wettelijke verhoging en rente, toelating tot werkplek en overhandiging van salarisspecificaties met dwangsommen.