ECLI:NL:RBROT:2019:1750
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- A.I. van Strien
- J. de Gans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatschappelijke opvang wegens onvoldoende zelfredzaamheid en ingezetenschap
Eiseres verzocht om toegang tot maatschappelijke opvang en een briefadres na terugkeer uit Engeland vanwege relationele problemen. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van regiobinding en onvoldoende bewijs van huiselijk geweld.
De rechtbank oordeelde dat eiseres en haar kinderen als ingezetenen van Nederland kunnen worden beschouwd, maar dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet zelfredzaam is of dat zij vanwege huiselijk geweld de thuissituatie heeft verlaten. Het enkele feit dat zij geen woonruimte heeft gevonden, is onvoldoende om opvang toe te kennen.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het IVRK faalde, omdat geen positieve verplichting tot opvang voortvloeit als niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de gevraagde voorzieningen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van maatschappelijke opvang is ongegrond verklaard omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van de Wmo 2015 en voldoende zelfredzaam is.