De werknemer, werkzaam bij een ontstoppingsbedrijf, werd op staande voet ontslagen nadat met een door de werkgever verstrekte iPad heimelijk filmpjes waren gemaakt van een minderjarig meisje in een woning waar hij werkte. De werkgever ontdekte de beelden pas na onderhoud aan de iPad en gaf het ontslag binnen enkele dagen na ontdekking.
De werknemer betoogde dat de opnamen onbewust waren ontstaan door een storing en dat het ontslag niet onverwijld was gegeven. De kantonrechter stelde vast dat het ontslag binnen een korte periode na ontdekking van de beelden is gegeven en dat de werknemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de opname onbewust was.
De inhoud van de beelden, een schaars gekleed minderjarig meisje, en het feit dat de werknemer de opnamen maakte tijdens werktijd, vormden een ernstige schending van de privacy en een dringende reden voor ontslag. De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen ernstig verwijtbaar zijn, waardoor de transitievergoeding werd geweigerd. Het verzoek om billijke vergoeding werd afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.