ECLI:NL:RBROT:2019:4384
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onjuiste urenregistratie en ongeoorloofde afwezigheid
Eiser, werkzaam sinds 2000 bij de Dienst Vervoer en Ondersteuning van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, werd geschorst en uiteindelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof onder meer onjuiste urenregistratie, fraude met declaraties, ongeoorloofde afwezigheid en het niet integer noemen van leidinggevenden.
Na diverse besluiten en bezwaarprocedures oordeelde de rechtbank dat het plichtsverzuim toerekenbaar was. Eiser had willens en wetens uren te weinig gewerkt en dagrapportages onjuist ondertekend. Zijn latere verklaring dat hij onder druk had verklaard werd niet geloofd. Het gebruik van het IOLAN-systeem en andere gegevens om ongeoorloofde afwezigheid vast te stellen was gerechtvaardigd.
Hoewel het niet integer noemen van leidinggevenden onacceptabel was, werd dit niet als gezagsondermijnend gedrag aangemerkt. De rechtbank vond het ontslag niet onevenredig, mede gezien de eerdere disciplinaire maatregel en het ontbreken van zelfreflectie. Het beroep tegen het ontslag werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk werd verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard.