Uitspraak
18.952 AW
mr. Bothe-Tsoutsanis. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Blanken.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam bij de gemeente Vlissingen en werd op 21 februari 2017 ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, omdat zij een collegebesluit had nagemaakt, dit voor echt had laten doorgaan en hierover had gezwegen. Het college achtte dit toerekenbaar en legde onvoorwaardelijk ontslag op.
Appellante voerde aan dat zij verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege een burn-out en hoge werkdruk, ondersteund door verklaringen van een psycholoog en arbo-arts. De Raad oordeelde echter dat zij de ontoelaatbaarheid van haar gedrag had ingezien en dat de medische informatie onvoldoende was om vermindering van toerekeningsvatbaarheid aan te nemen.
De Raad bevestigde dat het college terecht geen nader medisch onderzoek had gelast en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de aard van het plichtsverzuim en de functie-eisen aan een ambtenaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ernstig toerekenbaar plichtsverzuim bevestigd.