ECLI:NL:RBROT:2020:2026
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Wajong-uitkering na aantreffen hennepkwekerij in huurwoning
Eiser ontving sinds 2005 een Wajong-uitkering. Na het aantreffen van een hennepkwekerij met 246 planten in zijn huurwoning heeft verweerder het recht op uitkering over mei tot september 2017 ingetrokken en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd. Verweerder baseerde zich op een onderzoeksrapport en het vermoeden dat eiser mede-eigenaar was van de kwekerij.
Eiser betwistte betrokkenheid bij de hennepteelt en stelde dat hij de woning slechts ter beschikking had gesteld aan zijn broer. Hij voerde aan dat verweerder zich onterecht alleen op verdenking had gebaseerd en dat hij geen inkomsten uit de kwekerij had genoten. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende overtuigend bewijs had geleverd om het vermoeden te weerleggen.
De rechtbank stelde vast dat eiser de inlichtingenverplichting had geschonden door niet te melden dat er een hennepkwekerij in zijn woning was. Verweerder was bevoegd de inkomsten schattenderwijs vast te stellen en het recht op uitkering in te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking en terugvordering van zijn Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.