ECLI:NL:RBROT:2019:8143
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaarde beroepen tegen dwangsombesluit AFM wegens schending medewerkingsplicht
Eiseres, een dochteronderneming van een Cypriotische beleggingsonderneming, werd door de AFM onderzocht vanwege vermoedelijke overtreding van de Wet op het financieel toezicht. De AFM legde een last onder dwangsom op wegens het niet voldoen aan een informatieverzoek, specifiek het niet verstrekken van opnames van telefoongesprekken over een periode van twee jaar.
Tijdens een onaangekondigd onderzoek op 27 maart 2018 weigerde eiseres een bulkkopie van de gevraagde telefoongesprekken te verstrekken, hoewel verschillende medewerkers toezeggingen hadden gedaan dat deze beschikbaar waren. De AFM stelde dat eiseres de medewerkingsplicht schond en legde een dwangsom op. Eiseres voerde onder meer aan dat zij niet over alle gevraagde opnames beschikte, dat de AFM haar niet had gehoord, en dat de dwangsom disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat de AFM terecht gebruik maakte van haar bevoegdheden, dat eiseres onvoldoende medewerking had verleend, en dat de dwangsom terecht was opgelegd en verbeurd. De hoorplicht was in de bezwaarprocedure hersteld, en de openbaarmaking van het dwangsombesluit was rechtmatig. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen het dwangsombesluit, het besluit tot openbaarmaking en het invorderingsbesluit van de AFM worden ongegrond verklaard.