ECLI:NL:RBROT:2020:8206
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bestuurlijke boete wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht afgewezen
Eiseres kreeg op 24 september 2019 een bestuurlijke boete van €500 opgelegd wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht. Zij had een verlenging van de inburgeringstermijn gekregen tot 28 juli 2019, maar voldeed niet aan de criteria voor verdere verlenging, omdat zij niet minimaal twee keer had deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen.
Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en tegen het bestreden besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het beroep wegens niet tijdig beslissen inmiddels zijn belang had verloren, omdat het bezwaar was behandeld en een dwangsom was opgelegd die niet werd betwist.
De rechtbank overwoog dat het recht op horen in bezwaar niet absoluut is en dat in deze boetezaak, gezien de feiten niet in geschil zijn en de boete beperkt is, het horen achterwege mocht blijven. De rechtbank vond dat verweerder terecht geen verlenging van de inburgeringstermijn had toegekend en dat het beroep kennelijk ongegrond was. Het boetebedrag was lager dan het wettelijke maximum en er waren geen omstandigheden aangevoerd die een lagere boete rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht is ongegrond verklaard en het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.