ECLI:NL:RBROT:2021:10943
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete en publicatiebesluit Wwft
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening van een trustkantoor en haar moedermaatschappij tegen een bestuurlijke boete van €100.000,- opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB) wegens overtreding van artikel 16, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft). Tevens werd bezwaar gemaakt tegen het publicatiebesluit van DNB om de boete openbaar te maken.
De rechtbank oordeelde dat het trustkantoor de transactie, waarbij een bedrag van ruim 2,6 miljoen USD werd overgeboekt en die verband hield met consultancykosten, niet tijdig als ongebruikelijk had gemeld bij de Financial Intelligence Unit. De feiten en omstandigheden, waaronder afwijkingen in facturen en onduidelijkheden over de bonussen, gaven aanleiding tot vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering, waardoor de melding binnen veertien dagen had moeten plaatsvinden.
Verder werd geoordeeld dat het onderzoek van DNB zorgvuldig was en dat de boeteoplegging proportioneel en niet willekeurig was. De rechtbank volgde DNB in haar belangenafweging omtrent de openbaarmaking van het boetebesluit, waarbij reputatieschade onvoldoende was om publicatie uit te stellen of te voorkomen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bestuurlijke boete en het publicatiebesluit wordt afgewezen.