Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaken tussen
[eiseres 1] , eiseres 1, [eiseres 1] ,
De Nederlandsche Bank N.V., DNB,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Samenvatting
Inleiding
Feiten en totstandkoming van de besluiten
- de verplichting om het integriteitsrisicoprofiel van de doelvennootschap vast te stellen (artikel 27, tweede lid, onder a, van de Wtt 2018);
- de verplichting de herkomst van het vermogen van de doelvennootschap vast te stellen (artikel 27, tweede lid, onder c, van de Wtt 2018);
- de verplichting om de vermogenspositie van de uiteindelijk belanghebbende van de doelvennootschap vast te stellen (artikel 27, tweede lid, onder d, van de Wtt 2018);
- de verplichting om te bepalen dat het vermogen van de doelvennootschap en de uiteindelijk belanghebbende uit legitieme bron afkomstig is (artikel 27, tweede lid, onder e, van de Wtt 2018);
- de verplichting om vast te stellen of de relevante delen van de structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort hebben voldaan aan de registratieplicht (artikel 27, tweede lid, onder f, van de Wtt 2018);
- de verplichting om de eigendoms- en zeggenschapsstructuur vast te stellen (artikel 27, tweede lid, onder g, van de Wtt 2018);
- de verplichting om de strekking van de opzet van de structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort vast te stellen (artikel 27, tweede lid, onder i, van de Wtt 2018);
- de verplichting om voortdurende controle op de zakelijke relatie en de verrichte transacties uit te oefenen (artikel 27, tweede lid, onder k, van de Wtt 2018);
- de verplichting om de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt vast te stellen (artikel 27, derde lid, onder b, van de Wtt 2018); en
- de verplichting om te controleren of de contactpersoon van de cliënt vertegenwoordigingsbevoegd is (artikel 27, derde lid, onder e, van de Wtt 2018).
Beoordeling door de rechtbank
ultimate beneficial owners(UBO’s) die zowel eigen vermogen als vreemd vermogen hebben ingebracht. Het eigen vermogen bestaat uit kapitaalstortingen van de aandeelhouder. Eiseres 1 heeft onderzoek gedaan naar de herkomst van het vermogen van de UBO’s en daarmee in haar ogen ook naar de herkomst van het vermogen van de doelvennootschap. De resultaten daarvan heeft zij vastgelegd in het DVD.
client risk analysis(CRA) bevat beperkte informatie over de herkomst van het vermogen en de herkomst blijkt ook niet uit de overige documentatie in het DVD. In de CRA is slechts in enkele regels vermeld: “
The source of funds consist of capital contributions made by the member” en “
the Client Entity had entered into a loan agreement with a related party ( [A] ) in the amount of € 4,5 million”. In het DVD is hiervan geen onderbouwing aangetroffen. Uit het DVD blijkt niet dat eiseres 1 in 2006 daadwerkelijk onderzoek naar de herkomst van de middelen heeft gedaan. Ook blijkt niet hoe het kapitaal gegroeid is. Uit artikel 74 van Pro de Wtt 2018 volgt dat trustkantoren gehouden zijn het cliëntonderzoek dat naar bestaande cliënten (onder de Wtt (oud)) reeds was verricht, bij eerste gelegenheid te actualiseren. DNB stelt terecht dat een verwijzing naar de jaarrekening van 2017 onvoldoende en niet actueel is. De CRA is van jaren later, namelijk van 22 juni 2020. Dat het jaarverslag van 2018 nog niet voorhanden was, maakt dat niet anders
.Eiseres 1 had actuele informatie kunnen inwinnen. Zij had gerichte vragen kunnen stellen aan de cliënt over het vermogen van de doelvennootschap en daarmee de CRA kunnen actualiseren. Dit heeft zij nagelaten. DNB mocht een actieve houding verwachten van eiseres 1. Ook het beroep op het lex certa-beginsel slaagt niet. De norm kon gelet op de hiervoor onder 23 genoemde toelichting in de wetsgeschiedenis als voldoende duidelijk worden verondersteld (zie ook hierna onder 66). Het cliëntonderzoek voldoet ten aanzien van [DVD 1] op dit onderdeel daarom niet aan de wettelijke vereisten en daarmee staat de overtreding van artikel 27, tweede lid, onder c, van de Wtt 2018 vast.
fundingvan [B] ten behoeve van de door [DVD 2] verstrekte leningen tot stand is gekomen. Er hebben bijvoorbeeld kapitaalmutaties plaatsgevonden (agiostortingen door de aandeelhouder) die niet beschreven zijn. DNB heeft zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat eiseres 1 ten tijde van het onderzoek niet over alle vereiste documenten en gegevens beschikte, nu deze in het onderzochte DVD ontbraken en tijdens het onderzoek door DNB ook niet zijn verstrekt. Eiseres 1 heeft pas bij de zienswijze hierover stukken overgelegd. Uit de door eiseres 1 aangehaalde uitspraak volgt dat artikel 39 van Pro de Wtt 2018 en de MvT [6] uitgaan van een DVD dat bestaat uit één geheel. Dit is van belang, omdat personen die werkzaamheden verrichten voor het trustkantoor, zoals een complianceofficer of een auditor, in staat moeten zijn om in korte tijd kennis te nemen van de trustdienstverlening aan een cliënt, de daaraan verbonden integriteitrisico’s en de wijze waarop voldaan is aan de verplichtingen van de Wtt 2018. De rechtbank leidt uit de wet en de MvT af dat alle op verschillende plekken digitaal opgeslagen informatie en documentatie uiteindelijk één dossier moet vormen. Kiest een trustkantoor er dus voor om een digitaal DVD niet in één systeem of in één folder op te slaan, dan moet zij er wel voor zorgdragen dat de op verschillende plekken opgeslagen digitale informatie en documentatie op zodanige wijze aan elkaar is gekoppeld dat het één geheel vormt. Doet het trustkantoor dat onvoldoende, dan loopt zij het risico dat er niet langer aan het doel wordt voldaan dat met het DVD wordt beoogd.
guidancevan branchevereniging [naam brancheverenging] ( [naam brancheverenging] ) en stelt dat DNB deze ten onrechte terzijde heeft geschoven. [naam brancheverenging] heeft ook verzocht om aanpassing van de wetgeving op dit punt. DNB heeft begrip getoond voor het standpunt van [naam brancheverenging] en heeft de sector op dit punt geen
guidancegeboden. Daarnaast acht eiseres 1 het niet evenredig een maatregel op te leggen voor een overtreding waarvan de zwaarte in de praktijk gering is.
gehelevermogenspositie van de UBO moet vaststellen om tot een onderbouwde indicatie van het vermogen te komen. Het trustkantoor zal deze inspanning moeten leveren ongeacht de hoogte van het vermogen of van een bepaald vermogensbestanddeel. Eiseres 1 heeft erkend dat zij niet het gehele vermogen heeft onderzocht. Hierdoor heeft eiseres 1 geen goed beeld van het totale vermogen van de UBO’s. Ook het overige vermogen kan risico’s met zich brengen, waarop eiseres 1 geen zicht heeft. DNB heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat hier sprake is van een overtreding van artikel 27, tweede lid, onder d, van de Wtt 2018.
guidance, strekt haar onderzoekverplichting niet zo ver dat zij elke zustervennootschap van de doelvennootschap in kaart moet brengen. Haar komt ruimte toe om aan de hand van de omstandigheden van het geval vast te stellen welke onderdelen van de structuur onderzocht moeten worden. Deze zustermaatschappijen zijn geen relevante onderdelen van de structuur, omdat er geen intra-groep transacties plaatsvinden tussen de doelvennootschap en deze twee deelnemingen en ze niet relevant zijn voor het integriteitsprofiel van de doelvennootschap. Subsidiair heeft eiseres 1 gesteld dat het lex certa-beginsel en/of het evenredigheidsbeginsel op dit punt aan beboeting in de weg staan. Als al sprake is van een overtreding, dan is de zwaarte in de praktijk gering.
.Als er betalingen worden ontvangen van een entiteit die tot dezelfde groep behoort als de doelvennootschap, mag volgens DNB worden verlangd dat wordt nagegaan hoe die entiteit zich verhoudt tot de doelvennootschap, wat de entiteit precies doet en of de desbetreffende entiteit wel is ingeschreven. Als de entiteit zich bezig houdt met risicovolle activiteiten, kan dat (vanwege de gedane betalingen) uitstralen naar de doelvennootschap en wegens de dienstverlening ook naar eiseres 1. Nu [entiteit 4] betalingen heeft gedaan aan eiseres 1, kwalificeert zij volgens DNB als een relevant deel van de structuur, omdat [entiteit 4] hiermee een entiteit is binnen de groep van de doelvennootschap die vanwege de aard van haar activiteiten relevant is voor het risicoprofiel van de doelvennootschap of de cliënt.
guidancevan DNB is het aan haar om deze verplichting nader in te vullen. Eiseres 1 meent dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid ook op andere manieren kan worden vastgesteld dan op de wijze die DNB geschikt vindt.
protectorvan de stichting, [naam stichting] , op te treden, bevond zich tijdens het onderzoek niet in het DVD en is ook niet door eiseres 1 overgelegd. DNB heeft terecht geconstateerd dat het feit dat de betreffende personen gebruik maakten van e-mailadressen van [entiteit 4] , de vermelding van hen op LinkedIn en de wijze waarop zij bij eiseres 1 zijn geïntroduceerd, onvoldoende is om vast te stellen dat deze personen in juridische zin bevoegd waren om de entiteit te vertegenwoordigen. Uit voormelde feiten blijkt slechts dát [DVD 3] door deze personen wordt vertegenwoordigd en dat zij werkzaam zijn bij de cliënt, maar niet dat zij ook daadwerkelijk vertegenwoordigingsbevoegd zijn. Er waren geen documenten in het DVD opgenomen waaruit blijkt dat ze daartoe gemachtigd waren. Nu deze documenten ontbreken, heeft DNB zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres 1 artikel 27, derde lid, onder e, van de Wtt 2018 heeft overtreden.
guidancevan DNB nodig was. Gelet hierop valt, anders dan eiseres 1 heeft aangevoerd, niet in te zien waarom DNB bij de invulling van het cliëntonderzoek door trustkantoren meer
guidancehad moeten geven dan zij heeft gedaan door middel van nieuwsbrieven, ‘
good practices’ en seminars.
confirmation biasdan wel
hindsight bias, omdat zij onder een vergrootglas zou liggen, is niet geobjectiveerd en kan eiseres 1 niet baten.
.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
.
Informatie over hoger beroep
Formulieren en inloggen (https://mijn.rechtspraak.nl/keuze)” op
www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
uiteindelijk belanghebbende:uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.