ECLI:NL:RBROT:2021:1234
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Sluiting woning voor zes maanden wegens drugshandel en wapens aangetroffen
De burgemeester van Rotterdam legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een woning voor zes maanden nadat bij een politieonderzoek handelshoeveelheden hard- en softdrugs, wapens en drugshandelattributen werden aangetroffen. Eiseres, huurder van de woning, betwistte de sluiting en stelde dat zij niet op de hoogte was van de drugs en dat de goederen toebehoorden aan haar ex-partner.
De rechtbank oordeelde dat het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs en bijbehorende attributen voldoende grond is om te concluderen dat de woning een rol speelt in drugshandel, ook zonder directe aanwijzingen van overlast of feitelijke handel. De rechtbank achtte het aannemelijk dat eiseres op de hoogte was van de situatie, mede vanwege de verspreiding van de goederen in de woning en het drugsverleden van haar ex-partner.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de maatregel noodzakelijk en evenredig was. Hoewel de gevolgen voor eiseres en haar kinderen groot zijn, was er geen sprake van een bijzondere binding met de woning die sluiting onredelijk zou maken. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning voor zes maanden wordt ongegrond verklaard.