ECLI:NL:RVS:2020:2709
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel ondanks psychische problemen zoon
De burgemeester van Tilburg sloot op 6 april 2018 een woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet nadat bij een politieonderzoek 79,4 gram amfetamine, weegschalen, gripzakjes en andere attributen werden aangetroffen die duidden op drugshandel vanuit de woning. De zoon van appellanten, die in de woning woonde, werd geassocieerd met deze handel via berichten op de telefoon van een derde.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij niet op de hoogte waren van drugshandel, dat hun zoon ernstige psychiatrische problemen had en dat de sluiting ernstige gevolgen had voor zijn welzijn en hun gezinssituatie. De rechtbank had echter geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was en de sluiting proportioneel was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht aannam dat de woning een rol speelde in drugshandel gezien de hoeveelheid drugs en bijbehorende attributen. Hoewel de zorg voor de zoon zwaar woog, was het door de burgemeester aangeboden alternatief voor huisvesting en begeleiding adequaat. De sluiting was daarmee niet onevenredig.
De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woning voor drie maanden wordt bevestigd.