ECLI:NL:RBROT:2021:13557
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing kinderbijslag wegens duurzame persoonlijke band met Nederland
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit en verzorgende ouder van twee Nederlandse kinderen, vroeg kinderbijslag aan, welke door verweerder werd afgewezen wegens het ontbreken van een duurzame persoonlijke band met Nederland in de periode van het tweede kwartaal 2019 tot en met het tweede kwartaal 2020.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan, met name heeft nagelaten de staatssecretaris te vragen naar het afgeleid verblijfsrecht van eiseres vanaf het tweede kwartaal 2019. Uit eerdere jurisprudentie volgt dat de duur van het rechtmatig verblijf een belangrijke rol speelt bij het vaststellen van een duurzame persoonlijke band.
Eiseres woont sinds 2001 in Nederland, heeft Nederlandse kinderen, en haar verblijfsrecht is uiteindelijk erkend. De rechtbank concludeert dat verweerder het bezwaar onterecht ongegrond heeft verklaard en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij verweerder eerst de relevante vragen aan de staatssecretaris moet voorleggen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van kinderbijslag wordt vernietigd met de opdracht tot een nieuwe beslissing.