Op 10 november 2020 is een personenauto van het merk Citroën DS5 in beslag genomen vanwege de aanwezigheid van een verborgen ruimte die geschikt is om voorwerpen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. De officier van justitie heeft een vordering ingediend tot onttrekking aan het verkeer van deze auto, omdat voertuigen met verborgen ruimtes vaak worden gebruikt voor het vervoeren van verboden goederen zoals drugs, wapens of misdaadgeld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de verborgen ruimte professioneel is aangebracht en niet tot het standaarduitrusting van de auto behoort. Hierdoor voldoet het beslag aan de wettelijke vereisten. Op grond van artikel 36d Wetboek van Strafrecht kan de auto worden onttrokken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met het algemeen belang.
De rechtbank heeft ook overwogen dat een geldelijke vergoeding niet passend is, omdat de auto door de verborgen ruimte in beginsel geen of zeer beperkte waarde heeft en het risico op crimineel gebruik groot is. Er zijn geen feiten gesteld die wijzen op een onschuldig gebruik van de verborgen ruimte. Daarom wordt de vordering tot onttrekking toegewezen zonder vergoeding.