De rechtbank Noord-Holland heeft bij beschikking van 19 januari 2023 de vordering van het Openbaar Ministerie tot onttrekking aan het verkeer van twee auto’s, een Bentley en een Mercedes met verborgen ruimtes, toegewezen. De vordering was gebaseerd op verdenking van witwassen, waarbij de financiering van de auto’s niet kon worden verklaard door de tenaamgestelde en haar zoon.
De rechtbank oordeelde dat de auto’s vatbaar waren voor onttrekking aan het verkeer omdat zij voorzien waren van verborgen ruimtes die volgens vaste jurisprudentie in strijd zijn met het algemeen belang, en omdat het bezit van de auto’s verband hield met witwassen. De beslagene voerde aan dat geen relatie was vastgesteld tussen de verborgen ruimtes en het strafbare feit en dat zij financieel onevenredig zou worden getroffen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd dat het niet anders kon zijn dan dat de leasetermijnen met criminele gelden waren voldaan en dat er geen relatie was vastgesteld tussen de verborgen ruimtes en het strafbare feit. Daarom werd vernietiging en terugwijzing voorgesteld. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt de beschikking, wijzend de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.