De rechtbank Rotterdam heeft op 3 maart 2021 uitspraak gedaan in een onteigeningsprocedure tussen de Provincie Zuid-Holland en een agrarisch perceeleigenaar nabij het busstation Heinenoord. De procedure betrof de vaststelling van de schadeloosstelling voor twee percelen grond met een agrarische bestemming, die onteigend zijn voor de ontwikkeling van een P+R en mogelijk een transferium.
De deskundige taxateur stelde de waarde van het onteigende vast op €90.900, gebaseerd op een agrarische grondprijs van €15 per m², inclusief een verwachtingswaarde van €7 per m² vanwege mogelijke toekomstige ontwikkelingen. De Provincie betwistte de aanwezigheid van een verwachtingswaarde en stelde een lagere agrarische waarde van €8 per m² voor zonder opslag. De gedaagde stelde een hogere verwachtingswaarde voor, gebaseerd op toekomstige commerciële ontwikkelingen.
De rechtbank oordeelde dat het bestemmingsplan geëlimineerd moet worden en dat een verwachtingswaarde gerechtvaardigd is, maar matigde deze tot €17 per m² bovenop de agrarische waarde, resulterend in een totale waarde van €25 per m². De totale schadeloosstelling werd vastgesteld op €154.409, inclusief bijkomende schade en rente. Daarnaast matigde de rechtbank de gevorderde kosten voor juridische en deskundige bijstand wegens disproportionele inzet en hoge uurtarieven, en veroordeelde de Provincie tot betaling van een lager bedrag aan proceskosten en deskundigenkosten.