Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het tussenvonnis van de rechtbank van 17 oktober 2018 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- het arrest van de Hoge Raad van 1 november 2019;
- de reacties van partijen op het concept deskundigenbericht;
- het definitieve deskundigenbericht van 9 juli 2020;
- de pleidooien van 29 september 2020 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken;
- de (nadere) opgave van kosten van de rechtbankdeskundigen;
- de opgave van juridische kosten en kosten van andere deskundige bijstand van [gedaagde] ;
- de reactie van de Staat op de kostenopgave van [gedaagde] ;
- de brief van mr. Bosma namens [gedaagde] van 28 oktober 2020;
- de brief van mr. Berkvens namens de Staat van 29 oktober 2020.
2..De beoordeling
- de vervroegde onteigening uitgesproken van de onroerende zaken en het voorschot op de schadeloosstelling voor [gedaagde] bepaald op € 157.300,00,
- bepaald dat het voorlopig oordeel van de bij beschikking van 21 december 2017 van deze rechtbank met zaak-/rekestnummer 539534 / HA RK 17-1097 benoemde drie deskundigen zal gelden als een concept deskundigenbericht ter begroting van de schade in de onderhavige procedure.
- waarde van het onteigende € 195.507,00
- waardevermindering van het overblijvende € 17.500,00
- bijkomende schade
- totaalbedrag schadeloosstelling € 217.607,00
- een deel van een talud, berm, talud, de verlegde Schieveensedijk, talud en een groenstrook ( [perceel 1] , grondplannummer [nummer 1]);
- een deel van een rijbaan van de nieuwe rijksweg, een talud, groenstrook, watergang, talud, de verlegde Schieveenseweg en een watergang ([perceel 2], grondplannummer [nummer 2]);
- een deel van een rijbaan van de nieuwe rijksweg, een talud, groenstrook, watergang, de verlegde Schieveenseweg en een watergang ([perceel 3], grondplannummer [nummer 3]).
- bij de waardering van het onteigende moet het tracébesluit (en de realisatie daarvan op onder meer het onteigende) worden weggedacht;
- bij de waardering van het onteigende moet worden uitgegaan van de op de peildatum vigerende agrarische bestemming en het daarmee overeenkomende gebruik als grasland;
- de door partijen en de deskundigen vermelde referentietransacties (pagina 8 en 9 van het deskundigenrapport);
- de agrarische grondprijzen in de provincie Zuid-Holland/regio Westland en Zuid-Hollandse Droogmakerijen van 1 mei 2018 tot 10 december 2019 (overzicht uit ‘De Boerderij’);
- de verwachting dat op de peildatum de overeenkomst met de pachter van het onteigende (de heer [naam 2] ) op korte termijn eindigt door het verstrijken van de looptijd;
- de verwachtingswaarde van de toekomstige ontwikkeling van een bedrijventerrein in het gebied ‘polder Schieveen’ waarin het onteigende is gelegen, waarbij onder meer rekening is gehouden met: