ECLI:NL:RBROT:2021:3101
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoorplicht en inzagerecht bij aanslag reclamebelasting
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen een aanslag reclamebelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam voor het jaar 2018. Eiseres stelde dat de aanslag vernietigd moest worden wegens schending van de hoorplicht en onjuiste maatstaf, maar liet deze gronden ter zitting vallen. De kern van het geschil betrof de vraag of eiseres ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase.
Eiseres maakte bezwaar en verzocht om inzage en een hoorzitting. Verweerder nodigde haar uit voor een hoorzitting, maar er ontstond discussie over de naleving van de termijnen en de juiste datum. Eiseres verscheen niet op de hoorzitting. De rechtbank oordeelde dat ondanks enige tekortkomingen van verweerder in communicatie en vertraging, eiseres en haar gemachtigde onvoldoende actief hebben gereageerd om een hoorzitting mogelijk te maken binnen de gestelde termijnen.
Verder stelde eiseres dat zij recht had op toezending van stukken, maar de rechtbank bevestigde dat in de bezwaarfase op grond van artikel 7:4 Awb Pro enkel een passief inzagerecht geldt en verweerder geen toezendplicht heeft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vernietiging van de aanslag af.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag reclamebelasting wordt ongegrond verklaard omdat de hoorplicht niet is geschonden en enkel een passief inzagerecht geldt.