ECLI:NL:RBROT:2021:3122
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningverlening regionale commerciële radio en verbondenheid Radio Limburg en Q-Music Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de vergunningverlening voor regionale commerciële radiofrequenties, met name kavel B05, die is toegekend aan Radio Limburg. Eiseres stelde dat Radio Limburg uitgesloten had moeten worden vanwege een vergaande verbondenheid met landelijke omroep Q-Music Nederland, wat volgens haar de veilingresultaten zou hebben beïnvloed.
De rechtbank heeft uitgebreid onderzocht of sprake is van een zodanige verbondenheid tussen Radio Limburg en Q-Music Nederland dat zij als één instelling moeten worden aangemerkt volgens artikel 6.24 van de Mediawet 2008 en artikel 22 van Pro het Mediabesluit 2008. Hierbij is onder meer gekeken naar statutaire zeggenschapsverhoudingen, productie-, sales- en licentieovereenkomsten, financiële transacties, en eerdere besluiten van het Commissariaat en de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank concludeert dat de statuten en overeenkomsten onvoldoende aanknopingspunten bieden voor verbondenheid. Ook nieuw gebleken feiten zoals de agiostortingsovereenkomst en veilinggedrag leiden niet tot een andere conclusie. Financiële banden zijn niet zodanig dat Q-Music Nederland aanmerkelijke invloed kan uitoefenen op Radio Limburg. Hoewel Radio Limburg niet volledig aan informatieverplichtingen heeft voldaan, is dit niet reden om de vergunningverlening ongedaan te maken.
De beroepen van eiseres tegen de vergunningverlening aan Radio Limburg worden ongegrond verklaard. Tevens worden de beroepen tegen vergunningen voor andere kavels niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De vergunningverlening aan Radio Limburg blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen vergunningverlening aan Radio Limburg worden ongegrond verklaard en de vergunningverlening blijft in stand.