ECLI:NL:CBB:2009:BJ2293
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. Fierstra
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing vergunning en ontheffing Garantborg door DNB
Garantborg heeft beroep ingesteld tegen besluiten van De Nederlandsche Bank (DNB) die haar aanvragen voor een verklaring en vergunning als vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappij afwezen. De rechtbank Rotterdam had de beroepen ongegrond verklaard. Het geschil betreft de kwalificatie van Garantborg als schadeverzekeraar en de beoordeling van haar aanvragen op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994.
Het College van Beroep bevestigt dat Garantborg het bedrijf van schadeverzekeraar uitoefent, gelet op de inhoud van de Waarborg- en garantieovereenkomst en het bidbook. De relatie tussen Garantborg en de bouwondernemer bevat alle elementen van een verzekeringsovereenkomst, ook al is de verkrijger niet rechtstreeks partij en betaalt deze geen premie. De rechtbank heeft terecht verwezen naar eerdere uitspraken en de motivering is voldoende.
Verder oordeelt het College dat DNB terecht de aanvragen voor een verklaring en vergunning heeft afgewezen vanwege onvoldoende gegevens en een negatief betrouwbaarheidsoordeel. Echter, het College vernietigt het besluit tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag voor een ontheffing op grond van artikel 3:6, vierde lid, Wft, omdat de overgelegde herverzekeringsovereenkomst onvoldoende waarborg biedt voor de belangen van verzekerden. Het College wijst deze ontheffingsaanvraag inhoudelijk af en bepaalt dat DNB de griffierechten aan Garantborg moet vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard door vernietiging van de buitenbehandelingstelling van de ontheffingsaanvraag en inhoudelijke afwijzing daarvan; overige beroepen worden ongegrond verklaard.