Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 februari 2021 in de zaken tussen
[Naam vennootschap], te [Plaats], eiseres,
de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster.
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres bood in maart 2019 op haar homepage een abonnement in combinatie met een toestel aan onder vermelding van een maandprijs. Hierbij was in kleine letters vermeld
“i.c.m. Red Essential en Ziggo”. Na het aanklikken van deze aanbieding verschenen op de volgende webpagina vijf stappen om een aanvraagproces te doorlopen. Stap 5 bevatte de vraag “Ben je al Ziggo Klant?” waarachter het schuifje op “ja” stond. Daaronder stond het totaalbedrag van € 54 per maand vermeld waaronder bij de uitsplitsing ook een korting van € 5 was vermeld met de aanduiding “Ziggo korting”. Die korting was dus ook opgenomen in het maandbedrag van € 54 op de webpagina. Volgens de ACM was met het op deze wijze aanbieden van abonnementen niet direct duidelijk dat de korting alleen gold voor consumenten die al klant waren bij Ziggo. Volgens de ACM levert bovenstaande een overtreding op van artikel 8.8 van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in verbinding met artikel 6:193c, eerste lid, aanhef en onder d, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Een en ander is in een onderzoeksrapport van 9 mei 2019 neergelegd waarop eiseres schriftelijk heeft gereageerd en via een hoorzitting. De ACM heeft eiseres voor deze overtreding vervolgens een bestuurlijke boete van € 1.961.500 opgelegd.
Uit artikel 11, tweede lid, van de Richtlijn OHP en de daarop gebaseerde wetgeving volgt – zoals hiervoor genoemd – dat daadwerkelijke schade niet hoeft te zijn geleden alvorens tot handhaving kan worden overgegaan. Het gaat er dus om dat er in potentie schade (aan de collectieve belangen van consumenten) kan worden toegebracht. Gelet hierop volgt de rechtbank voorts de ACM in haar standpunt dat sprake is van een overtreding van artikel 8.8 van de Whc en dat de ACM daarom in beginsel bevoegd was om eiseres bestuurlijke boetes op te leggen op grond van artikel 2.9 van de Whc.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het boetebesluit gegrond;
- vernietigt het boetebesluit voor zover het de hoogte van de boetes betreft;
- stelt het totaal aan boetebedragen dat eiseres aan de ACM dient te voldoen vast op € 2.496.500;
- verklaart het beroep tegen het publicatiebesluit ongegrond;
- bepaalt dat de ACM aan eiseres het in de boetezaak betaalde griffierecht van € 345 vergoedt;
- veroordeelt de ACM in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.602.