Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere procesverloop
- de tussenbeschikking van 6 juli 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van [verweerder01] van 3 augustus 2022;
- het proces-verbaal van het gehouden getuigenverhoor van 4 november 2022.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen JYSK B.V. en een voormalige werknemer over verduistering van geldbedragen in sealbags en de rechtmatigheid van een ontslag op staande voet.
JYSK stelde dat de werknemer 17 sealbags met een totaalbedrag van €74.130 niet in de binnenkluis had afgestort en dit geld had verduisterd. De werknemer voerde tegenbewijs aan middels getuigenverklaringen over de procedures rond het afstorten en mogelijke fouten bij geldtransport.
De rechtbank oordeelde dat het tegenbewijs onvoldoende was om het voorshands bewezen stelen te ontzenuwen. Het opzettelijk niet opvolgen van geldprotocollen en verduistering vormden een dringende reden voor het ontslag op staande voet. JYSK kreeg een schadevergoeding van ruim €76.900 toegewezen, inclusief gefixeerde schadevergoeding, terwijl de werknemer loon en vakantiegeld over januari 2022 toegewezen kreeg. Proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: De werknemer is veroordeeld tot betaling van €76.912,84 schadevergoeding en €2.777,59 gefixeerde schadevergoeding wegens verduistering en ontslag op staande voet.