Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam01],
Rechtbank Rotterdam
Werkneemster trad op 1 januari 2023 in dienst bij werkgever voor vijf maanden. Op 13 maart 2023 kreeg zij ontslag op staande voet, wat zij betwistte. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven, omdat de werkgever onvoldoende bewijs leverde voor de opgegeven redenen zoals misbruik van bedrijfsinformatie en werkweigering.
Werkneemster had een auto-ongeluk en was arbeidsongeschikt, wat niet door een bedrijfsarts is vastgesteld. Werkgever schakelde geen bedrijfsarts in en kon werkweigering niet aantonen. De loonbetalingen over februari en maart 2023 zijn niet voldaan.
De kantonrechter veroordeelt werkgever tot betaling van achterstallig loon, een gefixeerde schadevergoeding tot het einde van de arbeidsovereenkomst, vakantiegeld, transitievergoeding en een gematigde wettelijke verhoging. Een billijke vergoeding wordt niet toegekend vanwege de korte dienstbetrekking en omstandigheden rondom het ontslag. Proceskosten worden aan werkgever opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig; werkgever moet loon, schadevergoeding, vakantiegeld, transitievergoeding en rente betalen, maar geen billijke vergoeding.