ECLI:NL:RBROT:2023:9809

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 oktober 2023
Publicatiedatum
24 oktober 2023
Zaaknummer
10699476 VV EXPL 23-453
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 7:625 BWArt. 139 RvArt. 233 RvArt. 237 Rv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering in kort geding tegen werkgever wegens achterstallig loon en vakantiegeld

Eiseres vordert in kort geding betaling van achterstallig loon over mei 2023, vakantiegeld over de periode mei 2022 tot april 2023 en een eindejaarsuitkering over 2022 van Infinitascare. Infinitascare verschijnt niet op de zitting, waarna verstek wordt verleend.

De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van spoedeisend belang en wijst de vorderingen toe, waarbij Infinitascare wordt veroordeeld het bruto-equivalent van de netto bedragen te betalen, vermeerderd met wettelijke verhogingen en rente. Tevens moet Infinitascare deugdelijke salarisspecificaties verstrekken.

De proceskosten worden aan eiseres toegewezen en vastgesteld op €615,00, exclusief dagvaardingskosten vanwege toevoeging. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kantonrechter negeert een laat ingediende e-mail van Infinitascare wegens het ontbreken van aanwezigheid op de zitting.

Uitkomst: Infinitascare wordt veroordeeld tot betaling van het bruto-equivalent van achterstallig loon, vakantiegeld en eindejaarsuitkering met wettelijke verhogingen en rente, en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10699476 VV EXPL 23-453
datum uitspraak: 11 oktober 2023
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. V.G. Baran,
tegen
Infinitascare B.V.,
vestigingsplaats: Barendrecht,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘Infinitascare’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 25 september 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 4 oktober 2023 is de zaak tijdens een zitting met [eiseres01] en mr. Baran besproken. Infinitascare is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
1.3.
De kantonrechter heeft van mr. S. Kurz namens Infinitascare een e-mail van
4 oktober 2023 ontvangen met als onderwerp “kort verweer”. Omdat namens Infinitascare niemand is verschenen op de zitting, heeft de kantonrechter op grond van artikel 6.1 van het ‘Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, kanton’ geen acht geslagen op die
e-mail.

2.De vordering

[eiseres01] eist (samengevat):
  • Infinitascare te veroordelen aan haar te betalen € 1.958,18 netto aan achterstallig loon over de maand mei 2023 en het vakantiegeld over de periode vanaf 1 mei 2022 tot en met 30 april 2023, met wettelijke verhoging en rente;
  • Infinitascare te veroordelen aan haar te betalen € 1.370,14 netto aan eindejaarsuitkering over de periode vanaf 1 mei 2022 tot en met 31 december 2022, met wettelijke verhoging en rente;
  • Infinitascare te veroordelen om aan haar deugdelijke salarisspecificaties te verstrekken van het achterstallige salaris dat op basis van de hiervoor genoemde vorderingen aan haar moet worden betaald;
  • Infinitascare te veroordelen in de proceskosten met rente;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.De beoordeling

toewijzing vordering

3.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van [eiseres01] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is (artikel 139 Rv Pro), met dien verstande dat Infinitascare veroordeeld zal worden om het bruto-equivalent van de gevorderde loonbedragen aan [eiseres01] te betalen.
proceskosten
3.2.
[eiseres01] krijgt gelijk. Infinitascare moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). Omdat [eiseres01] op basis van een toevoeging procedeert, blijven de dagvaardingskosten buiten beschouwing en moet Infinitascare de overige proceskosten van [eiseres01] rechtstreeks aan de gemachtigde van [eiseres01] betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 86,00 aan griffierecht en € 529,00 aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 615,00. Voor kosten die [eiseres01] maakt na deze uitspraak moet Infinitascare een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist. [1] De wettelijke rente wordt toegewezen.
uitvoerbaarheid bij voorraad
3.3.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt Infinitascare om aan [eiseres01] te betalen het bruto-equivalent van het bedrag van € 1.958,18 netto aan achterstallig loon over de maand mei 2023 en vakantiegeld over de periode vanaf 1 mei 2022 tot en met 30 april 2023, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro en de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het totaalbedrag van het bruto-equivalent van € 1.958,18 vanaf de data van opeisbaarheid van de loonbedragen waaruit dit bedrag bestaat tot de dag van volledige betaling;
4.2.
veroordeelt Infinitascare om aan [eiseres01] te betalen het bruto-equivalent van het bedrag van € 1.370,14 netto aan eindejaarsuitkering over de periode vanaf 1 mei 2022 tot en met 31 december 2022, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro en de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling;
4.3.
veroordeelt Infinitascare om aan [eiseres01] deugdelijke salarisspecificaties te verstrekken van het salaris dat Infinitascare op grond van dit vonnis aan [eiseres01] moet betalen;
4.4.
veroordeelt Infinitascare in de proceskosten, rechtsreeks te betalen aan de gemachtigde van [eiseres01] , die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op € 615,00, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken.
757

Voetnoten

1.Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853