ECLI:NL:RBROT:2024:10671
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking recht op bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder dringende redenen
Eisers ontvingen sinds 2018 bijstand en vroegen toestemming voor verblijf in het buitenland van 13 juli tot en met 23 augustus 2023 vanwege de ziekte van hun kind. Verweerder trok de bijstand over de periode 11 tot en met 22 augustus 2023 in omdat eisers langer dan vier weken aaneengesloten in het buitenland verbleven, wat volgens artikel 13, eerste lid, onder e, van de Participatiewet (Pw) uitsluitingsgrond is.
Eisers stelden dat er sprake was van zeer dringende redenen op grond van artikel 16 Pw Pro omdat hun kind ernstig ziek was en zij zorgplicht hadden. De rechtbank oordeelde dat zij niet aannemelijk hadden gemaakt dat er een acute noodsituatie bestond die een uitzondering op de hoofdregel rechtvaardigde. De medische stukken toonden geen levensbedreigende of ernstige situatie aan in de relevante periode.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking terecht was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter D. Haan op 24 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder dringende redenen is ongegrond verklaard.