Werknemer verzocht om betaling van een aanzegvergoeding van €3.218,90 bruto omdat werkgever hem niet tijdig schriftelijk had geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van zijn arbeidsovereenkomst. Werkgever stelde een tegenvordering in tot betaling van schadevergoeding wegens vermeende diefstal/verduistering van bedrijfsmiddelen door werknemer.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat werknemer en zijn zoon werden beschuldigd van diefstal, waarna zij ontslag namen. Werkgever deed aangifte bij de politie en bood bewijs aan, waaronder camerabeelden en facturen van bedrijfsmiddelen. De kantonrechter oordeelde dat de aanzegvergoeding in beginsel verschuldigd is, maar dat dit kan komen te vervallen als werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal.
De kantonrechter besloot werkgever toe te laten tot bewijslevering van de diefstal, waaronder camerabeelden met transcriptie en getuigenverklaringen. Werkgever moet binnen een maand het bewijs aanleveren en getuigen opgeven met hun beschikbaarheid. Na bewijslevering kan werknemer tegenbewijs leveren waarna de kantonrechter zal beoordelen of aanzegvergoeding en schadevergoeding worden toegewezen.