ECLI:NL:RBROT:2024:3352
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na beslissing op bezwaar Catshuisregeling
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van Belastingdienst/Toeslagen van 14 juni 2022 waarin zij niet in aanmerking kwam voor het minimale compensatiebedrag van € 30.000,- op grond van de Catshuisregeling. Tijdens de procedure heeft Belastingdienst/Toeslagen alsnog op 26 februari 2024 een beslissing op bezwaar genomen en een compensatie van € 76.955,- toegekend.
De rechtbank overweegt dat procesbelang vereist is voor ontvankelijkheid van het beroep. Nu eiseres reeds definitief een hoger bedrag heeft ontvangen dan het maximale forfaitaire bedrag, kan een inhoudelijke behandeling van het beroep haar niet in een gunstiger positie brengen. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast is Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van € 875,-, waarbij de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 toepast gezien het lichte gewicht van de zaak. De rechtbank benadrukt tevens de gefragmenteerde aard van de hersteloperatie toeslagen en de nadelige gevolgen daarvan voor gedupeerden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na beslissing op bezwaar.