Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking van de Belastingdienst over kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar beslist, ondanks een ingebrekestelling door eiseres. Hierdoor is het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank verwijst naar de bijzondere situatie rondom de hersteloperatie toeslagen en bepaalt dat de Belastingdienst binnen acht weken na de uitspraak alsnog een beslissing moet nemen. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank oordeelt dat de zaak van licht gewicht is en past een wegingsfactor van 0,5 toe bij de proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 26 april 2024 en is in het openbaar uitgesproken.