Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking over kinderopvangtoeslag en beroep ingesteld vanwege het uitblijven van een beslissing op dat bezwaar. De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en ondanks ingebrekestelling niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank stelt op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de hoogte van de verbeurde dwangsom vast op € 1.442,-. Daarnaast legt zij een nieuwe beslistermijn van zes weken op, waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag overschrijding tot maximaal € 15.000,-.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder in het door eiseres betaalde griffierecht en in de proceskosten, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. De uitspraak is openbaar gedaan op 26 april 2024.